De belevenissen van Siert Wieringa in Haïti - 1

"Vandaag staat er een verdeling van goederen op het programma in een geïmproviseerd tentenkamp. Wij hebben in een eerder bezoek aan dit kamp vastgesteld dat een aantal zaken nodig zijn, zoals spullen voor de persoonlijke hygiene, plastic voor op de grond en basis keukengerei. De mensen wonen sinds de aardbeving in zelf gemaakte tenten van plastic en oude doeken op allerlei plaatsen in de stad. In coordinatie met andere organisaties is vastgesteld wat nodig is en wie wat verdeeld op welk moment. Dit vraagt een goede onderlinge uitwisseling van informatie en communicatie.

We vertrekken vroeg in de morgen met drie vrachtwagens naar het tentenkamp, volgeladen met goederen plus lokale staf. Het kamp ligt in de stad en het kost ons anderhalf uur met de vrachtwagens om er te komen. De weg wordt soms volledig geblokkeerd door bulldozers, waardoor er weer een andere route gekozen moet worden. Onderweg passeert zich een onbeschrijflijk beeld: ingestorte huizen en kantoren, mensen die op straat een tent hebben opgezet voor hun ingestorte winkel. Veel, heel veel vuil op straat, heel veel honden en een onbeschrijflijke hoeveelheid afval. Geiten en varkens leven op straat en eten van het afval. Wat is er binnen ongeveer 15 seconden toch verschrikkelijk veel verwoest.

Er is in overleg met de plaatselijke autoriteiten in het tentenkamp vastgesteld wanneer we komen. In het kamp hebben de mensen onderling een veiligheidscomite ingesteld: de mensen uit het kamp zelf zijn verantwoordelijk voor de veiligheid. Door het grote aantal slachtoffers - cijfers hier spreken van bijna 250.000 doden - is de hele sociale structuur weggevallen. Je weet niet wie je voor wat aan kunt spreken. Als de mensen in het kamp niet voor veiligheid kunnen zorgen, bestaat het risico dat de sterkste mensen de meeste goederen krijgen. Nu zijn van te voren bonnetjes uitgegeven op basis waarvan mensen naar de verdeling komen: zonder bonnetjes geen spullen. Er is bekend dat er een verdeling plaats gaat vinden voor 750 mensen.

Zodra we bij het tentenkamp aankomen, zien we dat de kampautoriteiten er al zijn. Ze hebben het een en ander al georganiseerd. De mensen staan opgesteld in twee rijen: een rij voor vrouwen en een andere rij voor mannen. Als wij ons geinstalleerd hebben, kan de verdeling beginnen. Er worden steeds tien vrouwen en tien mannen toegelaten tot de verdeling. Dit om alles gestructureerd te laten verlopen. De kans is anders groot, dat mensen de vrachtwagens gaan overvallen. Het blijkt een lange dag te worden: stof, heel veel stof van de resten van de ingestorte gebouwen slaat op mijn keel. De bewoners staan urenlang in de rij in de snikhete zon. Af en toe proberen mensen voor te dringen. Het veiligheidscomite treedt dan streng op.

Een man in het kamp vertelt mij tijdens het wachten dat hij net aan de dood is ontsnapt. Hij was leraar op een school. Veel leerlingen en collega's zijn omgekomen. Hij was toevallig buiten het schoolgebouw. Ik vind het moeilijk om zoveel trieste verhalen aan te moeten horen. Gelukkig kunnen we iets doen in de vorm van deze verdeling."

Siert Wieringa (Port au Prince, 7 februari 2010)