De belevenissen van Siert Wieringa in Haïti - 3

"Emile, de voorzitter van de leiding van het vluchtelingenkamp, is in het dagelijks leven directeur van een middelbare school met 550 leerlingen. Die functie kan hij momenteel niet uitoefenen. De scholen in Port au Prince zijn nog niet begonnen. Geen school betekent geen inkomen. Emile ziet het als zijn sociale plicht om de leiding van het kamp op zich te nemen. Hij woont zelf met zijn vrouw en vijf kinderen in een geimproviseerde tent. Hij ontvangt vertegenwoordigers van hulporganisaties en legt de situatie in het kamp geduldig uit. Emile vertelt mij dat de mensen in het kamp denken dat hij een betaalde baan heeft. Dat is niet het geval. Hij voelt zich verantwoordelijk en pakt zijn rol zo goed mogelijk op. De mensen uit het kamp kloppen regelmatig met persoonlijke problemen bij hem aan.

De situatie in het kamp is bedroevend. Wat Emile steeds meer stoort in 'zijn' kamp is het gebrek aan toiletten en douches. Hij vraagt zich af waarom meer dan 450 families moeten leven met maar vier toiletten. Je ziet mensen openlijk in het kamp hun behoeften doen. Ik zeg hem toe dat mijn collega's hier toilet- en douchecontainers zullen gaan opzetten. Hij veert overeind en bedankt mij enthousiast.

Ondertussen vraag ik hem wanneer hij denkt dat de scholen weer zullen opengaan. Hij is verre van optimistisch en verzucht: "Ik weet het niet." Niet alle leerkrachten hebben de aardbeving overleefd. Verder zijn de leerlingen over het hele land verspreid. Ook het schoolgebouw is niet meer intact. Hij vraagt zich hardop af waar hij moet beginnen. Hoe lang zal Emile zijn taak met de nodige energie blijven uitoefenen?"

Siert Wieringa (Port au Prince, 21 februari 2010)